Met de Verbeterkata de Alpen over

Heldhaftig, vastberaden en barmhartig. Dat is het motto van Amsterdam -en ook van mij-. Om dat in te vullen had ik -jaren geleden al- met een vriend bedacht om La Route des Grandes Alpes te fietsen, als onze beider zonen groot genoeg zouden zijn: Van Martigny naar Nice in maximaal zes dagen.

Elke dag een legendarische col uit de Tour de France -en soms zelfs twee-. De Grote Sint Bernard, Kleine Sint Bernard, de Iseran, Telegraphe, Galibier, Izoard, Vars en de Bonnet. Allemaal meer dan 2000 m. hoog.

Dit jaar was het zover. Ik hervatte ik mijn trainingen om in vorm te raken en de kracht in de benen terug te krijgen. Het hele voorseizoen pakte ik keurig elke zondag mijn fiets en reed een rondje, soms  klein, soms wat groter. Met aardig wat zelfvertrouwen vertrokken we richting Martigny. Al op de eerste berg was de wanhoop dichtbij. Het was zwaar. Het was ver. Het ging traag. De jongens -en mijn maat- reden hard en waren al snel uit mijn zicht verdwenen. Het voelde verre van heldhaftig of barmhartig, de omstandigheden waren bar: regen, wind en kou. Dat bleef eigenlijk zo. Ik ging, maar langzaam. Vastberaden bleef ik wel. Tot op de derde dag, halverwege de Iseran. Toen nam ik een besluit. ‘s Middags zou ik gewoon een taxi nemen om de Telegraphe over te hoppen, ze konden me wat. En volgend jaar zou ik bejaarde wandelaar worden. Maar ik hield natuurlijk mijn mond. Aan de andere kant van de berg aten we een hamburger -en toen volgde nog een rechte, niet zo steile afdaling van meer dan 25km-. We hadden haast, er kwam nog meer regen aan. Ik liet de benen gaan, en draaien en toeren maken, 120 omwentelingen per minuut. En opeens kwam er weer gevoel, het bloed stroomde weer, de kracht kwam terug. Die taxi, die nam ik niet. Maar het bleef ploeteren, de hele trip. Met geweldige uitzichten, verbroedering, voldoening en ontroering, dat dan weer wel. Die jongens, die gingen zo jaloersmakend makkelijk…

11221923_875847835824123_6547366842804688331_o

Vantevoren had ik verwacht dat het ook mij redelijk af zou gaan. Ik had al best vaak vergelijkbare heldendaden verricht, tenslotte. Maar ik was duidelijk onvoldoende voorbereid. Ik was te zwaar, het fietsen ging te moeizaam. Mijn hartslag was veel te hoog, ik moest te veel eten -en kon het echt nooit op vetverbranding aan laten komen-. Maar het was wel leerzaam. Wie ouder wordt, moet meer trainen. Veel meer. Eens in de week is echt niet genoeg om de aftakeling tegen te gaan en een goede conditie te houden, laat staan om er een te krijgen.

Na een paar weken bezinning in de Italiaanse zon was ik natuurlijk alle pijn weer vergeten. We spraken we af om volgend jaar iets vergelijkbaars te doen. Wat, dat blijft nog gissen, maar het wordt zeker weer heldhaftig, vastberaden en barmhartig. Iets groots. Maar wel met veel meer plezier! 

Er zijn obstakels, natuurlijk. Echte en gefingeerde: Een slechte conditie, te hoge hartslag, te weinig vetverbranding, te vaak slecht weer en te vroeg donker om daar wat aan te doen, een nogal onregelmatig rooster, een sportschool met te weinig blokken spinning, te weinig tijd algemeen, te veel andere bezigheden…

Maar, ik nam mezelf toch voor om volgende zomer zo fit te zijn dat ik een col van de buitencategorie, zeg maar de Galibier, wel weer met pak ‘m beet, een jongenshartslag van 130 op kom. Om dat te bereiken, begin ik gewoon nu al met trainen. Fietsen na het werk is niet te doen. Maar voor deze doeltoestand helpt hardlopen ook. En dat kan misschien wél 3x per week. Mijn eerstvolgende doeltoestand is daarom: 10km lopen in minder dan een uur. Dat moet kunnen in een maandje…