Lean en het Rijnlandse model: two of a kind

In deze tijden van crisis wordt vaak het Rijnlandse organisatiemodel geprezen. In ‘Rijnlandse’ organisaties waardeert men vakmanschap en inhoudelijke deskundigheid, beschouwt men de manager als meewerkend voorman en richt men zich op continuïteit, duurzame relaties met stakeholders en collectief succes. Dit in tegenstelling tot de Anglo-Amerikaanse organisatiecultuur –vaak genoemd als oorzaak van de huidige economische malaise- waar geld, macht en individueel heldendom bepalende kenmerken zijn, de manager een MBA-er is en korte termijn winst, individueel succes en shareholders value sturende drivers zijn.

De Lean filosofie heeft veel gemeen met het Rijnlandse gedachtengoed van Vakmanschap, Vertrouwen en Verbinden. Dat wil zeggen, Lean zoals Lean bedoeld is, ofwel volgens the Toyota way, waarbij organisaties zich niet alleen fixeren op de instrumentele toepassing van Lean, maar waarbij het technische en het sociale systeem onlosmakelijk verbonden zijn en elkaar versterken. In de Lean cultuur wisselen medewerkers hun vakinhoudelijke deskundigheid met elkaar uit, om van elkaar te leren en processen te verbeteren. Het management draait de piramide om en heeft een faciliterende en verbindende rol. De Lean Sensei laat zich goed vergelijken met de gildemeester, die vanuit vakkennis en klantgedrevenheid de leerlingen en gezellen ontwikkelt en begeleidt. Talent wordt ontsloten. De ontwikkeling van mensen door het creëren van autonomie en zingeving zijn basisprincipes bij Lean. Multidisciplinair samengestelde teams, waarin liefst alle stakeholders vertegenwoordigd zijn, voeren zelf de regie bij continue verbetering en permanente kwaliteitsverhoging en dat leidt tot optimale motivatie en betrokkenheid, enorme besparingen, gelijkmatige verandering, permanente kwaliteitsverhoging en bovenal tot tevreden klanten.