Flexplekken en het nieuwe werken?

In een grote overheidsorganisatie is een tijdje behoefte aan extra lean-inzet. Daarvoor word ik een paar dagen per week ingehuurd. Op één van mijn eerste dagen daar, maak ik kennis met het fenomeen flexplekken en “het nieuwe werken”. Het gebouw is namelijk ingericht met dit soort werkplekken. Even een korte situatieschets. 

Er zijn (ruim) voldoende prachtige overleghoeken. De printcorners zijn voorzien van prima apparatuur en er zijn volop afsluitbare kastjes waarin je persoonlijke spullen op kunt bergen.

So far so good. 

Dan het werken in de geschetste omgeving. Als externe medewerker moet er vanzelfsprekend van alles geregeld worden om waarde te kunnen toevoegen. Zo moet er bijvoorbeeld een account aangemaakt worden. Voor mijn contactpersoon een kleine zoektocht hoe dat ook alweer precies moest, maar dan is het account wel aangevraagd. Het duurt waarschijnlijk een aantal dagen, dus voorlopig moet ik even onder iemand anders naam inloggen. Niet zoals het hoort natuurlijk, maar vooruit. Mailen als iemand anders gaat mij te ver, dus dat doe ik nog even niet. Gelukkig heb ik mijn laptop meegenomen en kan ik lekker aan het werk. 

Voor de opdracht waar ik aan werk, heb ik iemand anders nodig. Laten we hem voor het gemak even Jan noemen. Om Jan te kunnen spreken, moet ik eerst zien te achterhalen of hij er is en zo ja, waar hij is. Misschien eerst even bellen, maar daarvoor heb je toegang nodig tot medewerkersgegevens en tja, dat account is nog niet klaar. Jan maar even fysiek opzoeken dus, waarbij zoeken ook echt de lading dekt. Tussen overlegcorners en vele lege kasten door slalommend ga ik op zoek naar Jan. Daarbij onderbreek ik het werk van allerlei anderen. Voor ik het weet ben ik een uur verder en heb ik kennis gemaakt met allerlei mensen. Dan, net als ik terugloop naar mijn ‘bureau voor vandaag’ kom ik Jan tegen. Waar had ik hem ook alweer voor nodig?