Fietsen zonder leading indicators. Niks aan.

Het was een mooie zondag. Donkergrijs bewolkt maar windstil, ongeveer 18o C, niet te warm dus en niet te koud. De twee nachten ervoor had ik meer dan acht uur aaneen geslapen. De zondag ervoor had ik 100km hard gefietst en door de week ook nog eens 2x10km hard gelopen. Ik was dus fit en in goede doen. Genoeg om weer eens een leuk persoonlijk record te zetten: Mijn gemiddelde snelheid mocht wel wat omhoog. En welke route was daar meer voor geschikt dan mijn favoriete Ronde Hoep, een rondje door een onwaarschijnlijk mooi stukje polderlandschap op een steenworp afstand van de binnenstad van Amsterdam?

Ik deed mijn lycra fietsbroek aan –een beetje besmuikt dit keer in verband met de ook op mij van toepassing zijnde “geuzennaam” waarover ik eerder van de week las: de MAMIL of Middle Aged Male In Lycra-. Nam nog een boterham en een kop  koffie. Runkeeper op de smartphone aan en in mijn achterzak, Garmin op het stuur en hup, weg! De benen voelden goed. In no time was ik voorbij het Flevoparkbad en reed ik langs de bomen aan het Amsterdam Rijnkanaal.

En daar hield Garmin ermee op. Battery low en uit. Blijkbaar iets misgegaan met de oplader. Dat betekende: Geen data. Geen snelheid, afgelegde afstand, cadans (aantal trapbewegingen per minuut), geen hartslag, en ook de snelheid niet meer in beeld. Ik zou mijn record op gevoel moeten verbeteren. Ach, als ik gewoon tegen het hijgen aan zou rijden, kwam het vast wel goed. En dan zag ik na afloop wel waar het schip gestrand was.

Dat deed ik. Maar het gevoel bleek lastig in te schatten. Net niet hijgen is toch iets anders dan de hartslag constant houden op ongeveer 70% van de max, in mijn geval, 165 bpm, mijn persoonlijke grens van verzuring die ik best twee uur vol hou. Een hogere hartslag bekoop ik meestal met akelig verval. Een lagere helpt niet om een goede, betere prestatie neer te zetten. De trappers soepel omwentelen leidt tot optimaal rendement (afgelegde afstand per tijdseenheid) met 80 slagen per minuut. Maar hoe anders voelt dat precies dan 70, 90 of zelfs 100? Zo duidelijk bleek het verschil nou ook weer niet te zijn. Moest ik zwaarder schakelen of juist niet? Ik had eigenlijk geen idee –en deed maar wat-.

Na afloop gaf Runkeeper aan dat het net niet genoeg was geweest. Mijn gemiddelde snelheid was de tweede beste van het seizoen. Het had maar 500 m. per uur gescheeld. Maar toch: balen! Terugredenerend waren er volop momenten geweest waar ik net iets harder had kunnen aanzetten. Als ik maar real time data, had gehad… Van die gegevens die we tegenwoordig leading indicators noemen.

Dat dus, bedacht ik,  is precies het verschil tussen die leading  indicators en lagging indicators. Lagging indicators vertellen je na afloop wat het resultaat is van al je inspanningen. En daar heb je eigenlijk maar bar weinig aan. Er is toch niets meer aan te doen. Leading indicators, zoals in mijn geval cadans en hartslag, vertellen in real time, tijdens de inspanning, wat te doen, zodat je tijdig kunt bijsturen –en wel het resultaat kunt halen dat je wil-. Hij die zijn proces meester is en er niet aan overgeleverd, kan gewoon niet zonder goede leading indicators!