1 voor 1

Woensdagmiddag werk ik niet in een betaalde baan, maar ben ik in dienst van mijn kinderen. Vast onderdeel iedere week is de judoles van mijn zoon en vrijwel iedere woensdag wordt de waarde van het principe ‘single piece flow’ in de praktijk voor mijn neus gedemonstreerd.

Na afloop van de les moeten de matten opgeruimd worden. Er wordt namelijk gejudoot in een sporthal waar ook andere sporten beoefend worden. Het gaat om meer dan 100 matten; iets meer dan de helft is blauw, de andere matten zijn geel. Alle matten zijn ongeveer een vierkante meter groot.

Het ‘werkproces’ is dat de matten van de vloer gehaald worden om ze vervolgens op te stapelen op 2 mattenwagens.

Qua visual management verloopt alles gladjes. Er komt nooit een gele mat in de blauwe stapel terecht of andersom. Maar hoe de matten op de stapels komen . . .

Klaarblijkelijk zijn we als mens behept met een soort natuurlijk neiging tot batchen. Het start prima. Iedere judoka pakt een mat, loopt naar de wagen en legt de mat er op. En iedere woensdagmiddag gaan de jonge judoka’s op een gegeven moment aan de haal met 2, 3 of 4 matten tegelijk. En hoe voorspelbaar is wat er dan gebeurt. Matten vallen, De stapel blijkt zo zwaar dat het bijna drie keer zo lang duurt voordat ze met hun vracht bij de stapel aankomen. De matten moeten bij de wagens stuk voor stuk op de stapel gelegd worden. Dus ontstaan er opstoppingen zodra er batches met matten bij de wagens arriveren.

Het is zo eenvoudig; gewoon één voor één.

Single piece flow.